Flicker, pulsing en continuous wave bij roodlichttherapie

Roodlichttherapie paneel bij uitleg over pulsing en continuous wave

Niet ieder roodlichtapparaat geeft constant licht. Sommige systemen werken met continuous wave (CW), andere met pulsing of modulatie. Dat zijn verschillende manieren waarop licht in de tijd wordt geleverd.

Continuous wave

Bij CW staat de lichtbron tijdens de behandeling continu aan. De irradiantie blijft idealiter stabiel binnen de specificaties van het apparaat.

Pulsed light

Bij pulsing wordt de lichtoutput afwisselend aan en uit gezet. Belangrijke parameters zijn onder andere pulsfrequentie in Hz, pulsduur en duty cycle.

Duty cycle

Een duty cycle van 50% betekent dat de lichtbron gemiddeld de helft van de tijd aan staat binnen de gekozen periode. Bij een gelijkblijvende piekirradiantie is de gemiddelde energie-input daardoor lager dan bij continu licht.

En flicker?

“Flicker” wordt vaak gebruikt voor zichtbare of onbedoelde variaties in lichtoutput. Flicker en therapeutisch bedoelde pulsing zijn niet automatisch hetzelfde. De frequentie, modulatievorm en gemiddelde output moeten bekend zijn voordat je er een biologische conclusie aan verbindt.

Is pulsing beter?

Daar bestaat geen universeel antwoord op. Onderzoek naar CW versus pulsed PBM laat gemengde resultaten zien en verschillende studies gebruiken verschillende golflengten, doses, frequenties en doelen. Daardoor kun je niet zeggen dat pulsing per definitie beter is.

Wat moet een fabrikant rapporteren?

  • CW of pulsed
  • frequentie in Hz
  • pulse width
  • duty cycle
  • piek- én gemiddelde irradiantie wanneer relevant
  • golflengte
  • fluence en behandeltijd

Bronnen

Verder binnen Kenza's kennislaag

Verdiep je in de technische kant van roodlichttherapie:

Terug naar het Roodlichttherapie Kenniscentrum →

Is pulsing beter dan continu licht?

Er is geen universele regel dat pulsed light beter werkt dan continuous wave. De uitkomst hangt af van onder meer de toepassing, golflengte, gemiddelde en piek-irradiantie, pulsduur, duty cycle en dosis. Studies met verschillende instellingen zijn niet zonder meer onderling vergelijkbaar.

Een review over PBM-lichtparameters beschrijft hoe uiteenlopende instellingen tot verschillende of tegenstrijdige resultaten kunnen leiden. Dat ondersteunt voorzichtigheid met claims dat één pulsfrequentie voor alle doelen superieur is.

Conclusie: behandel pulsing als een technische instelling, niet als zelfstandig bewijs van meer effect. Vraag naar pulsfrequentie, duty cycle en gemiddelde output als de fabrikant een voordeel claimt.

Verder lezen: hoe beoordeel je dit bewijs?

Lees hoe onderzoeksresultaten worden getoetst aan golflengte, dosis, behandelprotocol en het daadwerkelijke apparaat.

Onderzoek naar roodlichttherapie: van studie naar apparaat →