660 nm vs 830 en 850 nm: lichtpenetratie en interactie met weefsel uitgelegd

Roodlichttherapie paneel bij uitleg over golflengtes en weefselinteractie

Een veelgebruikte vereenvoudiging is: 660 nm is oppervlakkiger en 830/850 nm gaat dieper. Als eerste oriëntatie is dat bruikbaar, maar biologisch is het ingewikkelder.

Wat gebeurt er met licht in huid en weefsel?

Wanneer licht het lichaam binnenkomt, spelen reflectie, absorptie en verstrooiing een rol. Melanine, hemoglobine, water en andere chromoforen beïnvloeden hoeveel licht verder komt. Ook de structuur en dikte van het weefsel zijn belangrijk.

Waarom 660 nm anders wordt toegepast

Rood licht rond 660 nm wordt veel gebruikt wanneer het doel relatief oppervlakkig ligt, bijvoorbeeld in de huid. Het licht wordt niet simpelweg “op één diepte afgezet”: de intensiteit neemt geleidelijk af naarmate het door weefsel gaat.

Waarom 830/850 nm anders wordt toegepast

Nabij-infrarood licht rond 830–850 nm heeft in veel weefsels een gunstiger transmissieprofiel dan kortere zichtbare golflengten. Daardoor kan een groter deel van het invallende licht verder het weefsel in komen. Dat betekent echter niet dat een 850 nm-apparaat automatisch een bepaalde spier- of orgaandiepte bereikt.

Geen universele “penetratiediepte”

Een uitspraak als “660 nm dringt exact 2 mm door en 850 nm exact 10 mm” is te absoluut. Werkelijke lichtverdeling hangt af van huidtype, weefsel, geometrie, afstand, bundelkarakteristiek en uitgangsvermogen. Onderzoek laat bovendien grote verschillen zien tussen modellen en meetmethoden.

De praktische conclusie

Voor Kenza betekent dit: kijk niet alleen naar het getal achter nm. Beoordeel altijd de combinatie van golflengte, irradiantie, afstand, behandeltijd en doelgebied. 660 en 830/850 nm kunnen complementair zijn, maar de aanwezigheid van beide golflengten is op zichzelf geen bewijs voor een beter resultaat.

Bronnen

Verder binnen Kenza's kennislaag

Verdiep je in de technische kant van roodlichttherapie:

Terug naar het Roodlichttherapie Kenniscentrum →

Wetenschappelijke bronnen over lichtpenetratie en dosis

Het is te eenvoudig om één vaste penetratiediepte aan 660, 830 of 850 nm toe te kennen. Licht wordt in weefsel geabsorbeerd en verstrooid; de werkelijke verdeling hangt onder meer af van weefsel en meetopstelling. Een gunstiger transmissieprofiel bewijst niet dat een thuisapparaat een specifiek dieper gelegen doel effectief bereikt.

Conclusie: golflengte is één technisch kenmerk; het bewijst niet op zichzelf een bepaalde penetratiediepte of klinische uitkomst.